Niet mauwen

Niet mauwen. Bestaat de Urker opvoedcultuur?

Kan je spreken van een Urker opvoedcultuur? Die vraag legden we voor aan Greetje de Vries, Hessel Bakker en Judith de Vries. Zij komen met grote regelmaat in Urker gezinnen om te praten over de opvoeding van hun (pleeg)kinderen.

Alledrie zijn ze van mening dat je niet echt kunt spreken van een Urker opvoedcultuur die voor elk gezin geldt, maar toch zijn er grote lijnen te onderscheiden. Ieder gezin heeft zijn eigen aanpak. Daar komt bij dat de manier van leven op de Bult óók overeenkomsten vertoont met andere culturen. Bij dorpen zoals Spakenburg en Volendam is daarvan sprake. Greetje de Vries was verrast toen ze voor haar werk in de Noordoostpolder in gesprek met Marokkaanse vaders óók veel herkenning had. ,,Ik zag overeenkomsten met Urk in de warme familiecultuur, de humor, tradities en het opvoeden door en met generaties. Net als een Urker tutte, mag ook een Marokkaanse tante optreden of je vertroetelen. De vaders hadden veel vragen, want de opvoeding ligt veelal bij de moeder. Daardoor is er een afstand tussen vader en zoon. Net als Urker ouders vechten ook deze mensen tegen vooroordelen van buitenaf. Dat maakt dat ze opvoeden met wantrouwen naar buiten.’’

Samen
Judith de Vries onderschrijft ook de onderlinge verbondenheid. ,,Familie en vrienden lopen meerdere keren per dag bij elkaar naar binnen. Deuren zijn altijd open en iedereen is overal welkom. De kinderen worden makkelijk uitgewisseld. ‘IJ kan wel bai mun snoar, of angers bai zun bes’. Urker ouders hebben hierdoor een grote draagkracht. Kinderen worden niet door één ouder opgevoed, maar door een groter geheel. Pleegkinderen hebben vaak een diep verlangen om ergens bij te horen. Op Urk zijn ze al snel onderdeel van een groot netwerk.’’ Judith geeft aan dat ze daarnaast ook hun biologische netwerk hebben, waarvan ze een onlosmakelijk deel uitmaken. ,,Zij komen uit hun eigen lijn voorouders en moeten daar, in die lijn, hun plek innemen. Ook als ze op een andere plek opgroeien. Ouders en brusjes zijn dan ook van harte welkom in de Urker pleeggezinnen. Veelal is er een samenwerking tussen ouders en pleegouders.’’ Volgens Judith zijn Urkers flexibel en zelfredzaam door hun grote netwerk. ,,Bij een crisisplaatsing, checken we of pleegouders voldoende in huis hebben. Meestal komen deze kinderen immers met de kleren die ze aan hebben en een tasje met wat, in de haast bij elkaar geraapt spul. Urkers hebben altijd voldoende. ‘Ja oor, m’n snoar et een box ebrogt in m’n zus at nog een wagen stoan, gien zurregen’, stellen ze ons gerust.’’ Judith noemt het voor Urk opvallend dat van afscheid nemen haast geen sprake is. ,,In gezinnen aan de wal gaat het afscheid nemen voor een pleegzorgmedewerker ongeveer als volgt: ‘Nou, dan hebben we alles wel besproken, dank je wel, dan ga ik’. Zodra ik opsta, staan de pleegouders ook op. Ik krijg een hand, ze lopen mee naar de deur, ik word bedankt en er volgt nog een korte samenvatting van wat we besproken hebben. Eventuele kinderen worden gemaand dag te zeggen terwijl ik naar de auto loop. Ze zwaaien nog even. Op Urk gaat dat ongeveer zo; ‘Nou, dan ga ik’. Niemand reageert. Ik pak m’n tas in, sta op en kijk rond. ‘Dank jullie wel, ik ga dan maar’. ‘Ja, het beste’. Ik loop naar de deur, doe die open en loop naar buiten. Ik doe de deur achter me dicht.’’

Rol van de vader
Voor Bakker is het ook niet per se nodig om alle problemen op de Bult als ‘typisch Urk’ te omschrijven, maar wél zag hij door de jaren heen achter veel van de verslaafde jongens die bij hem aanklopten, een bepaald gezinspatroon. Volgens hem gaat het vaak om de traditionele gezinnen, waarin de rol van de vader niet meteen bij de opvoeding ligt, maar vooral bestaat uit hard werken, geld verdienen en zorgen dat er brood op de plank komt. Voor de zoon wordt vanaf de geboorte dezelfde toekomst ingekleurd. Aan tafel een goed gesprek voeren met hem over wie hij is en wat hij wil met zijn leven, is er vaak niet bij. Dat is al een uitgemaakte zaak. Dit patroon bracht Bakker er toe om een boekje te schrijven over de rol van de vader binnen het gezin. ,,Ik geef toe: ik heb zelf als vader ook moeten leren dat ik van mijn jongens geen kloon van mij zelf moest proberen te maken. Mijn kinderen hebben hun eigen persoonlijkheid, hun eigen leven, hun eigen emoties. Zij maken hun eigen keuzes.’’ Verwijten maakt Bakker deze hardwerkende vaders niet. Ze komen zelf ook uit zo’n nest, zegt hij, leerden ook niet te praten over emoties. Vanuit de Urker geschiedenis is de aanpak van ‘doorgaan en niet mauwen’ wel te verklaren. Greetje de Vries schreef daarover in haar essay voor de studie Pedagogiek: ‘Het vissersbestaan was een hard en zwaar leven. Er was een grote afhankelijkheid van de natuurlijke elementen. Vele gezinnen werden getekend door het verlies van dierbaren op zee. Het gedeelde verdriet en de armoede schepte saamhorigheid, maar ook een bepaalde vorm van hardheid. Het leven ging door en monden moesten gevoed worden. Voor emoties was weinig ruimte, die legde je in je binnenkamer (gebed) bij God neer. Praktisch van aard, pakten de Urkers de draad van het gewone leven weer op. Denken in oplossingen in plaats van stil te staan bij emoties’.

Behoefte
,,Kinderen leren binnen deze gezinnen hun eigen emoties niet te herkennen, terwijl de behoefte eraan zo groot is. Ik heb vaak aan een half uur genoeg om in grote lijnen het leven van een jongere in kaart te krijgen. Daarna is er meer tijd nodig om ze vaardigheden te leren hoe ze met levensvragen kunnen omgaan. Ze praten en praten, zijn heel open. Maar toch moeten ze zichzelf nog leren kennen, omdat er in hun jonge jaren te weinig gesproken is over wie ze zijn’’, aldus Hessel.

Bemoederd
Moeders in deze gezinnen zorgen goed voor hun kinderen en hebben moeite deze taak los te laten. Jongens met tattoos op de armen en gouden oorbellen in de oren smeren nog steeds hun eigen brood niet en het tasje voor naar boord of de vakantiekoffer wordt door moeder ingepakt, met het effect dat hun kinderen als volwassen mannen nog steeds niet weten hoe ze voor zich zelf moeten zorgen. ,,Ze kregen als kind al vroeg vrijheid, maar worden op latere leeftijd klein gehouden. Wat deze jongeren daadwerkelijk nodig hebben, is praten over wie ze zijn en wat ze nodig hebben.’’ Judith onderschrijft dat: ,,Urkers gebruiken weinig woorden voor het duiden van emoties. ‘Nou uust’, zeggen ze tegen een kind dat dreint of jammert. En dat terwijl Urkers juist gevoelige mensen zijn die diep meeleven met elkaar. Vooral Urker mannen zijn nog wel eens geëmotioneerd tijdens gesprekken, omdat dingen hen raken. Wij van pleegzorg beginnen dan met benoemen. ‘Het is belangrijk dat je de intentie van het kind benoemt’, zeggen we dan. Het kind moet zich gehoord en gezien voelen. Dat geeft ze bestaansrecht.’’

Vrijheid
Judith komt nog even terug op die vrijheid die kinderen al op jonge leeftijd krijgen en zij vindt dit ook typisch Urkers. ,,Al op jonge leeftijd mogen kinderen zelfstandig op pad. Ze roepen; ‘moe, ik goan effen nor Barend’ en weg zijn ze. Bij Barend aangekomen blijkt die niet thuis te zijn, en dolen ze verder door het dorp. Ergens aangekomen, lopen ze gewoon naar binnen, omdat deuren op Urk niet op slot zitten. Ze worden begroet met ‘bin je doar’ en blijven of gaan naar gelieven.’’ Volgens Judith kijkt een vreemde ook zijn ogen uit als deze over Urk rijdt op het moment dat de scholen uitgaan. ,,Daar fietsen jonge kinderen alleen door het dorp, slingerend met een jonger broertje of zusje achterop. Ze fietsen lekker door, zelfverzekerd en onverschillig voor de hard rijdende auto’s. Ze hebben een duidelijk doel; snel naar huis voor ‘de kost’.’’

Ongecompliceerd
Judith ziet ook de ongecompliceerdheid op Urk. ,,Urker ouders problematiseren niet of nauwelijks. Als kinderen gecompliceerd gedrag vertonen horen we dit soms als eerste van school en niet van pleegouders. Als we dit gedrag uitvragen, herkennen pleegouders in eerste instantie geen complex gedrag. Na het geven van wat voorbeelden krijgen we de reactie: ‘Oh dat! Och, zo is ij’. Ook dit geeft Urker pleegouders een grote draagkracht. Problemen die aan de wal als ingewikkeld worden ervaren, nemen de Urker pleegouders ‘er even bij. Door deze gave om kinderen te nemen zoals ze zijn, voelen pleegkinderen zich er al snel bij horen. Soms vragen we wat pleegouders ervan zouden vinden als hun pleegkind homo of lesbisch blijkt te zijn. Of niet meer naar de kerk wil. Dit kunnen pijnlijke gesprekken zijn, maar als het kind uit de kast komt, of stopt met naar de kerk gaan, blijkt het grote acceptatievermogen de overhand te hebben. ‘Ach, ja, zo is ij’. Pleegouders zijn ervan doordrongen dat pleegkinderen hun eigen wortels hebben en, mede daardoor, hun eigen weg hebben te gaan. Een zo goed mogelijke samenwerking met ouders en verdere familie van het pleegkind, is daarbij essentieel. Veel pleegouders putten kracht en troost uit hun geloof in God. Dit geeft hen een groter perspectief en de moed om problemen los te laten. ‘Ik gief ut maar over’, zeggen ze dan met een zucht van verlichting.’’

Plussen en minnen
De zogenaamde Urker opvoedcultuur heeft dus zijn plussen en minnen. Greetje weet door haar werkervaring buiten Urk dat die zorg van moeders en de nuchterheid van vaders niet alleen negatief is. Bakker beaamt dat. ,,Voor Urkers is het vanzelfsprekend om elkaar en anderen te helpen. Die moederlijke zorg heeft daar mee te maken, maar ook die nuchterheid, het doorgaan, niet mauwen. Bewustwording van aan de ene kant de kracht van die nuchtere aanpak, maar ook de valkuil die het kan zijn, kan de Urker samenleving vooruit helpen. Zo zijn er wel meer tegenstellingen, die zowel een plus als een min zijn. Denk aan de drang naar vrijheid, tegenover de vele regels. Of onze gastvrijheid tegenover onze geslotenheid. Onze gulheid tegenover ons materialisme.’’ Op Urk staan ouders niet alleen voor de opvoeding van hun kinderen. Van oudsher spelen familie, vrienden, kerk en buren ook een rol. Alledrie vinden ze het één van de mooiste onderdelen van het opgroeien op de Bult. ,,Allemaal zijn we die onmisbare oren en ogen in de samenleving. Als we van elkaar weten waar we mee bezig zijn en de krachten bundelen, zullen we als Urker gemeenschap groeien en groeien’’, besluit Greetje.

  • Greetje de Vries-Scheffer werkte in het verleden als hulpverlener op Urk en daarbuiten. Het grote verschil: wat ze an de walle veel te veel doen, doen ze op Urk te weinig – van jongs af aan leren praten over emoties.
  • Hessel Bakker is al jaren actief in de verslavingszorg en herkent het probleem. De nuchtere aanpak op de Bult heeft echter ook een positieve kant, zeggen ze, en dat geldt meteen voor álle tegenstellingen die Urk rijk is.
  • Judith de Vries is pleegzorgbegeleider Vitree.

Dit artikel komt uit het Urker magazine ‘Opgroeien’. Lees het magazine hier digitaal.
Liever een fysiek exemplaar op je deurmat? Schrijf je hieronder in voor de oudernieuwsbrief. Dan sturen we er een naar je op!

Op de hoogte blijven?

Op de hoogte blijven? Schrijf je dan in voor de oudernieuwsbrief. Je ontvangt naast handige tips en activiteiten een gratis exemplaar van het Urker magazine 'Opgroeien' (optioneel)